dinsdag 24 februari 2026

Ongezien Het Grote Terugkomen..

 

Weet u nou wat zo positief is? Als je eenmaal gevallen bent, en je met je bek plat in de modder ligt, dan kan het allemaal niet zo heel veel erger worden. Tuurlijk, die gepoetste, zware nazi-laars in je nek -symbool van alles wat je dwarszit- kan nog een beetje doorduwen, maar ook dat houdt een keer op. De volgende stap is altijd, dat je pogingen doet weer op te staan. Zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar. Soms win je terrein. Soms geef je weer wat weg. Een stap vooruit, dertig terug. U kent het cliché, toch? Maar zolang je het idee blijft hebben dat het de moeite waard is ooit weer met rechte rug en opgeheven hoofd de strijd aan te gaan, komt het goed.

Momenteel lig ik met mijn bek in de modder. Deels heb ik dat aan mijzelf te danken, maar mijn dankbetuigingen gaan verder dan enkel mijzelf. Je hebt altijd een beetje hulp nodig om het complete dieptepunt te bereiken. En je kijkt er nog van op hoeveel mensen die taak graag op zich nemen. Uitgestoken handen die je wel wilt, maar niet kunt weigeren. Hoe verdomd graag je ook zou willen. En hoe je ook je best deed ze niet te zien en ze te negeren. Ik heb op dit blog al een aantal keer verteld dat ik niet zo een heel hoge pet op heb van de mensheid. Het is verdomd jammer dat ik altijd gelijk heb.

Zo liggend met mijn bek in de modder heb ik zowel steun gehad, als vreemde vragen. Of ik bijvoorbeeld wel écht met mijn bek in de modder lag. Zelfs dan, met die laars in je nek die nog wat aan kracht bijzet, ga je je verdedigen. Probeer je dingen goed te praten. Eerlijk is eerlijk; als je dat doet, kun je beter nog even blijven liggen. Dan ben je nog niet klaar voor de strijd. Dan heb je nog niet het nut - het doel- begrepen, waarom je daar nu eigenlijk ligt. Maar ik ga het wel weer begrijpen he. Vandaag misschien niet. Maar dan zeker morgen. Ik sta weer op. Hoe dan ook. En ik wens u dan bij deze alvast een ongezien de tyfus. En vooral succes.

zaterdag 21 februari 2026

Grenzen Stellen..

 

Om elf uur 's avonds gaat het licht uit. Soms lijkt dat heel laat, soms juist te vroeg. Maar de grote gemene deler is dat het nooit is, wanneer jij dat wil. Het is slechts één van de nadelen als je in detentie zit. Ik doe er goed aan, er zo snel als mogelijk aan te wennen. Want ik zit hier nog wel een tijdje. Sterker, ik zit hier tot het einde der tijden. Mijn einde. Dat populistische geleuter dat levenslang niet levenslang is, valt in de praktijk namelijk nogal tegen. Ik ga hier dood. Ik heb mijn aanleunwoning, thuiszorg en de wekelijkse bingo al binnen. Daar moet je dan wel 14 mensen in nog geen zeven minuten voor doodschieten, maar dan heb je godverdomme wel wat.

Of ik u precies kan vertellen wat er is gebeurd? Nee, sorry. Met de beste wil van de wereld kan ik niet meer exact reconstrueren hoe die zeven minuten hun beloop hadden. Het ging allemaal heel snel. De aanloop, de aanleiding, die weet ik nog wel. Men was over een grens heengegaan. En dat pakte in mijn hoofd akelig verkeerd uit. Decennia was ik altijd ieder conflict uit de weg gegaan. Ik was verworden tot een ultiem grijs type. Een lafaard. Lafaards hebben nu eenmaal een makkelijk leven. Keuzes, weet u. Keuzes. Maar blijkbaar heeft een ieder dan tóch grenzen. Gek he, hoe dat werkt in de menselijke geest.

Wat ik ook nog weet, is dat ik het hoofdkantoor van ons bedrijf binnenliep, de rugtas gevuld met dertig jaar aan frustratie en opgekropte woede. Vertaald naar allerlei wapentuig. Weet u dat ik voor die tijd niet eens een geweer van een pistool had kunnen onderscheiden? Maar dat je ook heel snel leert als de omstandigheden daarnaar vragen? En dat je dus verdomd snel kunt zijn, als de haat maar oprecht genoeg is. En aan haat geen gebrek. Mijn eerste slachtoffer heeft echt geen idee gehad wat er gebeurde. Ik kwam de ruimte binnen, richtte mijn pistool en nog geen seconde later had de afdeling HR een vacature. En daarna werd het vaag. Een soort droom, die ik niet heb weten vast te houden toen ik ontwaakte.

Volgens de verhalen zouden er dus nog dertien volgen. Ik weet er maar een paar. De directe baas die smekende gebaren maakte, maar dat uiteindelijk zijn hoofd ontplofte. Alsof twee onzichtbare reuzevingers een rijpe puist met veel kracht uitknepen. Pas toen hij op de grond lag zag ik de pisvlek in zijn casual jeans. Ook een lafaard geweest dus. De directeur, die wanhopig op handen en voeten ontsnappingsmeters probeerde te maken en nog best lang vreemde geluiden maakte, nadat ik een kogel door zijn ruggengraat joeg. De grote, verbaasde ogen van weer een ander, die ik in de hals schoot. Die verrassend lang bleef staan, met alle kracht en paniek zijn wond probeerde dicht te drukken, maar écht wel wist dat hij over enkele minuten dood zou zijn.

Waar ik nu woon (tot het einde der tijden) ben ik echt een koning. Een soort Robin Hood. De Kleine Man die het opnam tegen het Grote Geld. Tegen het tuig waar iedereen last van heeft, maar waar niemand iets tegen kan doen. Toch beaam ik dat niet. Het is onze eigen schuld. We trekken geen lijnen, laten de grenzen door anderen bepalen. Onze eigenwaarde hangt af van de zwaarte van de hypotheek. En dus lopen ze uiteindelijk over je heen. Dan word je een lafaard. Ultiem grijs. Conflict vermijdend. Maar voor hen is het nooit genoeg, ze weten je altijd wel te vinden. Om elf uur gaat hier het licht uit. Vandaag lijkt dat net wat te vroeg. Eigen schuld. Want ík was ooit te laat. Wat gaat u er morgen aan doen?


zondag 22 oktober 2023

Het Laatste Oordeel..

 

Ik zat op de top van een berg en ik kon de hele wereld overzien. In feite, ik zal heel eerlijk tegen u zijn, voelde ik mij een soort God. En op zich was die gedachte helemaal zo gek nog niet. Want na een klein half uurtje staren, verwonderen en verbazen vroeg plots iemand mij of hij naast me plaats mocht nemen. Ik was verbaasd, ik had hier niemand verwacht. Maar Hij stelde zich uiteindelijk voor als De Ware God  en ik, beleefd als ik ben, als Roland. Hij gaf aan dat al te weten, maar over het hoe en waarom gingen we verder niet in. Hij veegde wat vuil en groenigheid van het vrije deel van de steen waar ik al zat, en ging zitten. Heel even zaten we zwijgend op de top van de berg de wereld te overzien, maar Hij vond de stilte in de dit stadium van onze vriendschap klaarblijkelijk net zo moeilijk als ik. En dus gooide hij een goddelijk balletje op; ‘Hoe vind jij dat het gaat?’

Ik vond het een moeilijke vraag. Ik ben nooit en te nimmer te beroerd om mijn mening te geven, maar hoe vertel je de Grote Schepper dat hij er een tyfysbende van heeft gemaakt? Je wilt ook geen ruzie toch? Of respectloos overkomen. Dat hele gedoe van in zeven dagen serieuze stappen zetten in een stukje ontwikkeling, vooruitgang en schepping vind ik echt wel een dingetje he. Knap, top en knap gedaan. Maar ik denk tegelijkertijd dat niet álles helemaal lekker van de grond is gekomen. Dat ‘ga zo door’ is niet gelukt. Zijn grote trots -zijn meesterwerk- is ergens onderweg alle gevoel voor vooruitgang en ontwikkeling kwijtgeraakt. Sterker; de mensheid heeft ergens een afslag genomen die onmogelijk de Zijne kan zijn geweest. Maar kan ik dat zomaar zeggen? Kun je tegen God zeggen dat het mooi is dat je op die laatste dag de mensheid schiep, maar het achteraf gezien nóg beter was geweest gewoon op je nest te blijven liggen?

‘Ik vind het allemaal niet geweldig.’ Antwoordde ik. Hij zei niks, maar liet een begrijpend knikje zien. Een opstekende wind verbrak de stilte die daarop volgde. Ik verdacht hem ervan deze zelf te veroorzaken. Want God kan alles. Zwijgend keken we vanaf die berg van waar we de hele wereld konden overzien. We zagen de meest gruwelijke dingen. Oorlogen. Geweld. Machtsmisbruik. De zieke hang naar geld en macht. Een leger van tokkies en dom volk aan wie elke ontwikkeling voorbij was gegaan. Sterker; die massaal op de evolutionaire weg terug leken. De vernietiging van natuur en aardse schoonheid, de basis van alle leven. ‘Wat zou jij doen?’ vroeg hij, terwijl de wind ineens wat afnam. (zie je wel) ‘Niks.’ Zei ik. ‘Jij hebt je best gedaan. Wij onze kans gehad. Uiteindelijk lost het probleem -wij- zichzelf op.’ God zei niks, maar wierp nog één keer een blik over Zijn wereld en stond vervolgens op. ‘Sorry’. Zei hij. En weg was Hij. Ik zat op de top van de berg en kon de hele wereld overzien. En moest huilen. In de wetenschap dat het vanaf nu nog maar van korte duur zou zijn.   

dinsdag 6 juni 2023

Het Grote Weerzien..

 

Mooi. Ik ben er nog. Een aantal weken geleden vertelde ik u hier vanaf deze plek dat mij een bezoek aan het ziekenhuis stond te wachten. Mijn leven hing aan een zijden draadje en in feite hadden we al afscheid van elkaar genomen. Eigenlijk was het een staalkabel en zou ik u nooit zomaar laten gaan, maar feit was dat ze iets met mijn hart gingen doen en daar heb je er maar eentje van. Dus ik maakte mij oprecht zorgen. Ik ben nu eenmaal een druktemaker, een Grote Denker en akelig negatief bovendien. Grappig is wel dat mij in relaties wel eens is verweten dat ik geen hart in mijn lijf zou hebben. Nou, die heb ik bij deze met terugwerkende kracht allemaal mooi tuk he? Maar afgelopen vrijdag was het dan zover. Om zeven uur in de ochtend stond ik voor de balie van de desbetreffende afdeling van het ziekenhuis. Teddybeer onder de arm geklemd, in het rugtasje een tandenborstel en een schone onderbroek. Duim in de mond en mijn kopje een beetje schuin. Bang voor dat wat komen gaat.

Nou, en het werd me het dagje wel zeg. Bent u weleens in een werkplaats geweest waar ze de inrichting volledig hebben afgestemd op gedoe met harten en zo? Jeetje joh. Groot. En afgeladen vol met allerlei apparaten, machines, beeldschermen en dingen die voor een leek niet te beschrijven zijn. Het is een beetje of je binnen wordt gereden op de set van Star Trek. Je bent bijna zoekende naar Scotty, die iemand op staat te beamen. En of het nou de grote ruimte is of het gevoel van nederigheid in combinatie met akelige angsten; zelf ben je inmiddels heel erg klein. En alles aan je is klein. Want toen ik daar in mijn blote reet op de operatietafel lag -een van soort metalen kaasplank- keek ik even naar beneden en dacht ik nog; ‘Als ik hier lag voor een geslachtsverkleining zou dit een mooi moment zijn, mij weer naar huis te sturen.’

Ik zal u verder de details besparen. Het duurde lang en het was kudt. Vroeger deden ze ingrepen aan je hart door je in slaap te spuiten en dan ging de boel open. Dan konden die jongens van ‘Vinger aan de pols’ vetcoole filmpjes maken van kloppend vlees in een opengereten borstkast. Tegenwoordig duwen ze allerhande black&decker-spul via je lies naar binnen en mag je dat bewust meemaken. Ik weet ook niet wat beter is. Feit is dat je nog geen 24 uur later het ziekenhuis verlaat, moeilijk lopend of je de avond daarvoor het weerloze speeltje bent geweest van het complete chapter van motorclub De Leipe Leernichten. Maar knap is het. Bij deze hulde en hoera voor de medische wetenschap. Ik snap dat parken en pleinen wel heel erg vol komen de te staan als je al die artsen en zorgverleners een eigen standbeeld geeft, maar wat mij betreft hebben ze het verdiend. Want een topdag was het niet, maar ik ben er nog. Dankzij die handige snuiters. En dat is mooi. Applaus. Want wat zouden wíj -u en ik- nou toch zonder elkaar moeten?