zaterdag 21 februari 2026

Grenzen Stellen..

 

Om elf uur 's avonds gaat het licht uit. Soms lijkt dat heel laat, soms juist te vroeg. Maar de grote gemene deler is dat het nooit is, wanneer jij dat wil. Het is slechts één van de nadelen als je in detentie zit. Ik doe er goed aan, er zo snel als mogelijk aan te wennen. Want ik zit hier nog wel een tijdje. Sterker, ik zit hier tot het einde der tijden. Mijn einde. Dat populistische geleuter dat levenslang niet levenslang is, valt in de praktijk namelijk nogal tegen. Ik ga hier dood. Ik heb mijn aanleunwoning, thuiszorg en de wekelijkse bingo al binnen. Daar moet je dan wel 14 mensen in nog geen zeven minuten voor doodschieten, maar dan heb je godverdomme wel wat.

Of ik u precies kan vertellen wat er is gebeurd? Nee, sorry. Met de beste wil van de wereld kan ik niet meer exact reconstrueren hoe die zeven minuten hun beloop hadden. Het ging allemaal heel snel. De aanloop, de aanleiding, die weet ik nog wel. Men was over een grens heengegaan. En dat pakte in mijn hoofd akelig verkeerd uit. Decennia was ik altijd ieder conflict uit de weg gegaan. Ik was verworden tot een ultiem grijs type. Een lafaard. Lafaards hebben nu eenmaal een makkelijk leven. Keuzes, weet u. Keuzes. Maar blijkbaar heeft een ieder dan tóch grenzen. Gek he, hoe dat werkt in de menselijke geest.

Wat ik ook nog weet, is dat ik het hoofdkantoor van ons bedrijf binnenliep, de rugtas gevuld met dertig jaar aan frustratie en opgekropte woede. Vertaald naar allerlei wapentuig. Weet u dat ik voor die tijd niet eens een geweer van een pistool had kunnen onderscheiden? Maar dat je ook heel snel leert als de omstandigheden daarnaar vragen? En dat je dus verdomd snel kunt zijn, als de haat maar oprecht genoeg is. En aan haat geen gebrek. Mijn eerste slachtoffer heeft echt geen idee gehad wat er gebeurde. Ik kwam de ruimte binnen, richtte mijn pistool en nog geen seconde later had de afdeling HR een vacature. En daarna werd het vaag. Een soort droom, die ik niet heb weten vast te houden toen ik ontwaakte.

Volgens de verhalen zouden er dus nog dertien volgen. Ik weet er maar een paar. De directe baas die smekende gebaren maakte, maar dat uiteindelijk zijn hoofd ontplofte. Alsof twee onzichtbare reuzevingers een rijpe puist met veel kracht uitknepen. Pas toen hij op de grond lag zag ik de pisvlek in zijn casual jeans. Ook een lafaard geweest dus. De directeur, die wanhopig op handen en voeten ontsnappingsmeters probeerde te maken en nog best lang vreemde geluiden maakte, nadat ik een kogel door zijn ruggengraat joeg. De grote, verbaasde ogen van weer een ander, die ik in de hals schoot. Die verrassend lang bleef staan, met alle kracht en paniek zijn wond probeerde dicht te drukken, maar écht wel wist dat hij over enkele minuten dood zou zijn.

Waar ik nu woon (tot het einde der tijden) ben ik echt een koning. Een soort Robin Hood. De Kleine Man die het opnam tegen het Grote Geld. Tegen het tuig waar iedereen last van heeft, maar waar niemand iets tegen kan doen. Toch beaam ik dat niet. Het is onze eigen schuld. We trekken geen lijnen, laten de grenzen door anderen bepalen. Onze eigenwaarde hangt af van de zwaarte van de hypotheek. En dus lopen ze uiteindelijk over je heen. Dan word je een lafaard. Ultiem grijs. Conflict vermijdend. Maar voor hen is het nooit genoeg, ze weten je altijd wel te vinden. Om elf uur gaat hier het licht uit. Vandaag lijkt dat net wat te vroeg. Eigen schuld. Want ík was ooit te laat. Wat gaat u er morgen aan doen?