maandag 13 mei 2013

De Uitputtende Vermoeienis..


Ik ben moe. Zo godvergeten moe dat ik inmiddels niet meer denk dat dit ooit nog goed gaat komen. Kent u dat gevoel? En het enge is dat ik denk daar een punt te hebben. Want ik ben namelijk al jaren moe. En al zou ik de klok rond slapen, ik ben daags daarna moeier dan ik ooit was. Want zo gaat dat al tijden. Eigenlijk weet ik al niet beter. Ik heb mij weleens voorgenomen blij te zijn met de vermoeidheid van de dag van vandaag. Omdat ik weet dat het morgen weer net iets erger is en ik dus eigenlijk zou moeten genieten van dit moment. Maar of het nou de vermoeidheid is of iets anders, in de praktijk komt dit goede voornemen niet helemaal lekker van de grond. Ik ben inmiddels zo moe dat als een arts mij zou vertellen dat het hielp iemand met een dubbelloops jachtgeweer door de hersens te schieten, ik het zou doen. Direct en zonder twijfel. In de loop der jaren heb ik van alles geprobeerd, maar dat nog niet. En uit wanhoop doet men nu eenmaal vreemde dingen. Om maar even aan te geven dat ik echt moe ben. De vraag of u dit gevoel, in deze vorm, óók kent laat ik maar achterwege. Willen we beiden waarschijnlijk niet weten.
Ik ben moe maar het is niet zo dat ik de hele dag maar loop te gapen. Of met rooddoorlopen ogen de wereld inkijk. Het is niet die vorm van vermoeidheid die mij parten speelt. Ik heb geen zwarte wallen onder mijn ogen en zou niet zomaar achter het stuur van mijn auto in slaap kunnen vallen. Nee. Mijn vermoeidheid is er één van een heel ander kaliber. Daar zie je niets van. Het is er namelijk één van een geestelijk soort. Ik kijk naar de wereld als een volwassene die men dwingt dagenlang naar de Teletubbies te kijken, of zo.  Ik ben moe van het te moeten luisteren naar gezemel van mensen. Verhalen aan te moeten horen die mij niet boeien. Volstrekt oninteressant zijn. Ik ben het moe daar op te moeten reageren. Aardig te doen. Belangstellend. Ik ben moe. Moe van het hooghouden van schijn. Door anderen in zijn algemeenheid en door mijzelf in het bijzonder. Moe om  niet te zijn wie ik ben. Moe van het naar afstand naar mijzelf te kijken zonder nog echt te weten naar wie ik kijk. Laat staan hem nog sturing te kunnen geven. Moe erin te geloven dat morgen heus alles anders is. Moe nog moeite te doen te geloven dat achter de wolken wellicht iets zou kunnen schijnen. Of dat nou hoop is of gewoon de zon.
Ik ben het moe mij neer te leggen bij de dingen zoals deze zijn, maar net zo moe ben ik om er nog tegenin in te gaan. Zoals ik ook moe ben daar nog over na te moeten denken. Ik ben  moe steeds antwoorden te moeten geven zonder ook maar één antwoord te krijgen op de vragen die ik heb. Moe van het onbegrip. De vooroordelen. Meningen. Het moeten relativeren. En te zien dat je één van de weinige bent die nog relativeert. Moe van pure domheid. Grofgebekte tokkies. Oppervlakkigheid. Hooghartig volk dat denkt alle wijsheid in pacht te hebben. Ik ben moe elkaar het licht in de ogen niet te gunnen. Het graaien. De hebzucht. Talenten die ten onder gaan omdat ze niet het luidst roepen om aandacht. Of niet het juiste netwerk hebben verder te komen. Ik ben moe van het feit dat dit mijn wereld niet is en nooit is geweest. Van de stompzinnige naïeve, ronduit kinderlijke gedachte dat wie goed is, goed ontmoet. Zo verschrikkelijk moe. Uitgeput en volledig op. Moe van jaloezie. Op u. Dat ik niet gewoon kan zijn zoals u bent. En dus ook ik morgen opgewekt en uitgerust wakker wordt. Al was het maar voor één keer. Onvermoeid een nieuwe dag te mogen aanvangen. Ik ben godvergeten moe, maar daar kijk ik nog wel heel even naar uit.