woensdag 15 december 2021

De Uiteindelijke Ondergang..

 

Ooit eindigde ik één van mijn legendarische schrijfsels alhier met: ‘Oh lieve Heer, was ik maar een beer.’ Om aan te geven hoe welkom het zou zijn slapend de winter door te komen. Want ik ben geen groot fan van de winter. Van korte, akelig koude dagen en de daar bijbehorende duisternis uit de diepste krochten van de winterhel. Rotsvast in mijn aard besloten ligt een nooit aflatende en bikkelharde kern van depressiviteit en zelfbedachte, en aldus ervaren, ellende. Mijn glas is altijd halfleeg. In de zomer zie ik nog wel kans deze met regelmaat te vullen, maar zo rond deze tijd lijkt er dikwijls geen redden aan. Ik kan met emmers lopen rennen de leegte van dat glas te voorkomen, maar het gaat gewoon niet. Ik ben geen wintermens. Ik hou niet van donker. Ik heb niks met kou. En nu, in deze huidige tijd, waar we dagelijks leven met de niet aflatende angst allemaal te sterven aan een vreselijk virus is er, qua halflege glazen, natuurlijk helemaal meer geen houden aan.  

En of dat allemaal niet al erg genoeg is, hebben we binnenkort een nieuw kabinet. Dezelfde lieden die Nederland de afgelopen jaren onherkenbaar hebben veranderd, gaan de komende jaren Nederland onherkenbaar veranderen. Middels een nieuwe bestuurscultuur. Afgetreden omdat een grote groep mensen volkomen naar de verdommenis was geholpen. Leugens die zich opstapelden, als pannenkoeken gebakken ter gelegenheid van een kinderfeestje. Alles voor de beeldvorming, niets is meer oprecht. En elke zondag weer is de VVD nog steeds de grootste partij in de peilingen. Het is niet erg om halfjes stemrecht te geven, maar als het er teveel zijn is een pas op de plaats geen overbodige luxe. Dan moet je misschien je strategie om als land te willen overleven nog eens herzien. Maar helaas, men blijft massaal kiezen voor de gevestigde orde. Als je die mensen de keuze geeft een kind van acht een fles vodka te geven om daarna met een steen op het gaspedaal een vrachtwagen met aanhanger over een drukke kerstmarkt te manoeuvreren, geloven ze nog steeds dat het wel goedkomt. Ik niet. En ik word ook daar somber van.

Sterker; ik loop al tijden rond met een sterk gevoel van naderend onheil. Ik slaap slecht. Ik ben niet altijd mijzelf meer. Of juist wel, maar dan dus extreem. Ik voel dat er iets vreselijks staat te gebeuren. Dat we aan de vooravond staan van iets dat zo groot is dat we het achteraf maar moeilijk kunnen beseffen. Als er dan al mensen over zijn om zich dit allemaal achteraf te beseffen. Ik probeer mijzelf dan te herpakken. Aan andere dingen te denken. Positief. En dan zie ik mijzelf op een strand zitten. Ergens op een zwoele zomeravond. Ik kijk naar de ondergaande zon. Groots als zij is. En het is altijd weer een waar spektakel. Ik geniet van de warme bries. Ik voel de rust. En geniet van het schouwspel. Niks is mooier dan dat. Maar die gedachte is tegenwoordig maar voor even. Want uiteindelijk zit ik ergens anders. Om mij heen is het donker en koud. Overal om mij heen zie ik een pikzwarte hemel, voorzichtig versierd met onregelmatig schijnende sterren. De grond onder mij is hard en zielloos. Ik zit op de maan en kijk naar de ondergang van de aarde. En mijn glas is leeg. Er viel niet tegenop te rennen.