vrijdag 4 januari 2019

Het Grote Terugkijken..


Zo. Vier januari 2019. Tijd voor een jaaroverzicht.

De eerste dag van het nieuwe jaar begon traditioneel kudt. Vanaf 12 uur ging het nog wel, maar ook een oudejaarsnacht houdt een keer op. En dus was het weer wakker worden met een kater. Op zich gek, want één van de goede voornemens was om minder te gaan drinken. Waarom ik dan niet gewoon om middernacht gestopt ben weet ik niet. Ikzelf denk een discipline-dingetje. Vorig jaar ging dat ook al mis. En alle jaren daarvoor ook trouwens. Eigenlijk weet ik niet beter. Terwijl ik dus wel beter zou moeten weten. Foei dus. En jammer.

Nieuwjaarsdag was het dus rondstrompelen. Overleven. Zelfmedelijden. En een beetje op tijd naar bed. In feite was dit ook het geval die tweede dag van 2019. Want was het vroeger zo dat je je laveloos kon gieten en je de dag daarop weer fris en fruitig je bed uitsprong voor krantenwijk of het huis-aan-huis bezorgen van allerlei foldermateriaal, tegenwoordig duurt de herstelperiode wat langer. Tel daarbij op de mensen die belangstellend vragen hoe het gaat met het stoppen met roken, en je bent er om uurtje of negen ook wel weer klaar mee. Gelukkig kon ik een beetje op tijd naar bed.

Op de derde dag van het jaar ging het al stukken beter. Je weet dat je het ergste hebt gehad en kunt dus weer uitkijken naar betere tijden. Het voornemen nooit never niet meer aan de drank te gaan zwakt al een beetje af. Je vindt zelf dat je echt stukken minder rookt dan je in 2018 deed. En dat is goed voor het idee dat je heus wel een soort van ruggengraat hebt. Je blijft zelfs net iets langer hangen op de webpagina van de sportschool dan gisteren. Dat je er alleen al aan hebt gedacht vind je knap van jezelf. En dat is het in feite ook gewoon. En dus is er op 4 januari geen vuiltje meer aan de lucht. Fris en fruitig. En om dat te vieren trek ik een biertje open. Morgen gaan we het allemaal heel anders doen. Want we gaan er een verdomd mooi 2019 van maken!

vrijdag 14 december 2018

De Gelopen Race..


Op een dag begin je te rennen. Eerst nog wat onwennig, maar het duurt niet zo gek lang tot je het ritme aardig te pakken hebt. Vanaf die eerste dag heb je mensen om je heen die met je mee lopen. Die je helpen. Want soms struikel je. En dan is het fijn als er iemand een pleister plakt. Of je nog eens vertelt hoe het moet. Onderweg kom je anderen tegen. Soms loop je een tijdlang zij aan zij. Sommigen halen je in of blijven juist achter. Maar er zijn er ook die belangrijk zijn tijdens de afstand die je aflegt. Die deel uitmaken van de vele kilometers die je loopt.

Maar uiteindelijk blijft het een soort van race. Naja, niet dat we het zo altijd zien, maar het blijkt het wel te zijn. Op een dag haken bijvoorbeeld de mensen af die als eerste met je meeliepen. Maar ook anderen geven onderweg op. Sterker; hoe langer je loopt hoe groter het slagveld. Je rent met zijn allen je race en het veld van deelnemers wordt steeds kleiner. Op een dag heb ook jij je eigen nieuwkomers leren lopen. Daar wil je niet van winnen. Daar wil je op achterblijven. Die mag je nooit inhalen. Dat zijn de regels van het spel.

Het hoogtepunt van de loop is dat je je kilometers maakt met zoveel mogelijk mensen om je heen. Die om je geven. En jij om hen. De zon schijnt, de route en het landschap zijn meer dan aangenaam. Meter voor meter ga je samen verder de tijd in. Op naar dat wat komen gaat.  Maar uiteindelijk haken er steeds meer mensen af. Eerst eentje. Op een moment en om redenen die je niet zag aankomen. En in de loop der tijd volgen er meer. Hoe groter de afstand is die jij loopt, des te vaker zie je mensen opgeven. Omdat ze niet meer konden. Of omdat ze van het leven niet meer mochten. Een drukke race, met uiteindelijk steeds minder deelnemers. Je blijft lopen. Op weg naar je eigen persoonlijke finish. Velen achter je gelaten, maar je nooit een winnaar gevoeld.

zondag 18 november 2018

De Beperkte Keus..


Ik lig in het gras en kan niet opstaan. Als ik dat wel doe gebeuren er vreselijke dingen. Ik zou langzaam wegzakken in de drassige aarde die mij langzaam naar beneden trekt. Bij elke stap die ik doe kom ik dieper in de ellende te zitten. Tot ik uiteindelijk happend naar lucht, hoestend en aarde kotsend, aan mijn einde kom. Het kan ook nog zo zijn dat ik plots aan de rand van een onmetelijk diep ravijn sta, en voor ik val, de grond onder mijn voeten voel wegbrokkelen. Hoeveel stappen ik ook terugdoe.

Maar ik kan ook niet opstaan omdat ik bang ben dat ze wakker worden, die twee daar in mijn hoofd. Met hun eeuwige strijd, de onophoudelijke discussies, de voortdurende gesprekken en het negatieve gezeik. Ik kan dat kabaal niet meer aan. Ik wil het niet meer. Maar zij weten van geen ophouden. Ze gaan maar door. Dus ben ik even gaan liggen. Niet wetende dat die rust mij geen weg terug meer zou gunnen. En dus lig ik nu hier. In het gras. En kan ik niet meer opstaan.

Ik kijk naar een blauwe lucht en grijze silhouetten die de meeste vreselijke schouwspellen tonen. Niks geen witte wattige schaapjes of ander vrolijk gefantaseerde beelden. Somberheid tot ver aan de hemel. Achter de wolken schijnt de zon, maar er is geen mens die haar ooit nog gaat zien. Pestend en ongetwijfeld gemeen grijnzend blijft ze verscholen achter massieve grijsheid. Ik sluit mijn ogen zoals ik dat altijd doe als het even tegenzit. Maar ik weet dat het me dit keer niet gaat helpen.

Ik lig in het gras en kan niet opstaan. Want het kan zijn dat er dan de meest vreselijke dingen gebeuren. Zolang ik mij niet beweeg, helemaal niks probeer, kan me niks overkomen. Als ik nou heel stil blijf liggen verzwakt misschien de aandacht van al het Leed ter Wereld en vergeet ze me. Dan spring ik op en ren ik weg. Heel hard, zonder te stoppen. Ik ren of mijn leven ervan afhangt en staak dat voor niets of niemand. Maar in mijn hoofd hoor ik iemand schamper lachen. En niet lang daarna hoor ik een tweede stem hetzelfde doen. Goddank, ze zijn het voor een keer eens. Ik open mijn ogen en zie niks dan gruwelijkheden. Ik probeer op te staan en verlang naar het ravijn. En beloof plechtig geen stap terug te doen.

zaterdag 20 oktober 2018

Het Onverwachte Ongenoegen..


Ze maken ruzie. Om alles. Soms de hele dag door. Ze kunnen het bijvoorbeeld niet eens worden over wie op dat moment de meeste rechten heeft, om met het speelgoed te spelen waar al maanden niet naar is omgekeken. Als de één de ander even aanraakt is dat een teken om het op een fel protesteren te zetten. Het liefst huilend. Want dan lijkt het net even meer alsof je geslagen en mishandeld bent. Zelfs verbaal geweld, omdat de één vindt dat de ander naar haar keek, is geoorloofd. Of de plek op de bank. Of de kleur van de beker waarin de Ranja wordt geschonken. Op sommige dagen telt alles. Alles om een discussie over te kunnen voeren of ruzie te kunnen maken. Want zo zijn zusjes.

Zelfs als ik er achteraan zou blijven lopen, constant alert zou zijn, hou ik het opruimen van de troep die ze maken niet bij. Zij kunnen rotzooi maken met alles wat maar voorhanden is en met ongekend beperkte middelen. Geef ze één A4-tje en een schaar en je weet niet wat je meemaakt. Kun je nagaan als je ze een tube lijm geeft. Of wat ander knutselspul van de Action. Iets met glitters bijvoorbeeld. Het is niet echt dat ik op mannen val, maar ik heb op mijn werk enkel en alleen die naam omdat alles aan mij altijd vol vrolijke glitters zit. Van mijn schoenen en kleding tot aan mijn haar en oren. Hoe ze het doen doen ze het, maar er is geen ontkomen aan.

Ze zijn nooit uitgepraat. Ikzelf heb toch echt wel momenten dat ik even niks te vertellen heb, maar dat komt hen in de verste verte niet bekend voor. Eenmaal wakker beginnen de betogen en verhalen. Ze beginnen te praten en te vertellen en dat stopt nooit. En omdat ze beiden deze drang hebben, doen ze dat ook gewoon door elkaar heen. En uiten ze hun ongenoegen als ik verkeerd op de één reageer of niet het juiste antwoord geef op de ander. En daar kunnen ze dan ook onderling weer ruzie over maken. Heel lang zelfs. Onvergefelijk en met heel veel kabaal. Om de boel een beetje recht te trekken, positieve aandacht te genereren, gaan ze dan soms knutselen. Met A4-tjes, scharen en lijm. En natuurlijk glitters. Want ze weten hoe gek ik daarop ben.

En dan op een gegeven moment zit het erop. Dan breng ik ze weer weg. Naar school of naar moeders. U weet hoe dat gaat anno 2018. Want gescheiden ouders; wie is er niet groot mee geworden? Onderweg voel ik dan een vreemd soort van opluchting. Want straks heb ik weer even  rust. Thuis lekker opruimen, glitters van het plafond vegen en eindelijk weer orde en stilte. Maar eenmaal daar word ik steevast overvallen door een akelig gevoel van leegte. De rust voelt naar en de stilte bonkt met al haar kracht en in alle hevigheid luidruchtig op de muren. Ik kijk de kamer rond en ruim niks op. Want rommel doet leven. Ik lijk in de verte ruziënde kinderstemmetjes te horen. Het klinkt als de mooiste muziek ooit gemaakt. Ik mis ze. Nog geen half uur later. En dat elke keer weer.