donderdag 18 januari 2018

Hiep Hiep..

Ik ben zeer binnenkort jarig. Dat lijkt een feestelijke gebeurtenis, maar u en ik weten wel beter. Ja, ooit. Ooit was het leuk om jarig te zijn. Als kind is het vetcool. Want dan ben je heel erg belangrijk en zo. En als tiener is het handig. Want dan telt ieder jaar ouder. Kun je drank halen en sigaretten. En je bent als achttienjarige gewoon een stuk stoerder dan die gassies van een jaar of vijftien, zestien. Dat zijn dan gewoon kudtkinderen en jij niet. En zo kabbelt die blijdschap een beetje voort tot je vijfentwintigste. En dan houdt het op.

Dat is namelijk wel een beetje de leeftijd dat je begint in te zien dat het niet helemaal geworden is zoals je in gedachten had, qua privileges van het ouder worden. Bovendien komt dertig dan angstig dicht in de buurt. Ooit een leeftijd dat je dacht dat iemand dan gewoon fuckin’ oud was en in feite totaal uitgerangeerd. Maar omdat je verjaardagen niet stopt, tik je op een dag die dertig aan. Geheel onverwachts vergaat de wereld niet, maar om nou te zeggen dat het een heugelijke dag is. Uiteindelijk wordt het allemaal nog erger, iedere verjaardag weer. Want hoe je het went of keert; die veertig komt eraan.

Ook dan gaat het leven gewoon door. Je bent minder bejaard dan je vroeger, twintig jaar terug, had gedacht. Maar toch, het steekt. Laten we nou maar gewoon eerlijk zijn. Sowieso besef je dat je dan wel zo’n beetje min of meer op de helft zit. Zeker als je er ooit naar uitkeek de leeftijd te hebben drank en sigaretten te kunnen halen. En van die gelegenheid vanaf het begin volop gebruik hebt gemaakt. En dan komt dus die volgende mijlpaal in zicht. Vijftig. Dat gaat mij, mijn komende verjaardag, nog niet overkomen, maar ik zie hem in de verte al naar me zwaaien. Grijnzen zelfs. En volgens mij zie ik soms zelfs een opgestoken middelvinger. De rat.


Natuurlijk ben ik blij dat ik de leeftijd heb bereikt die ik nu heb en straks ga pakken. Ik had tenslotte tussentijds ook tegen een boom kunnen rijden, ten onder kunnen gaan aan een akelige ziekte of lullig en zinloos om het leven kunnen komen. Ik las laatst dat iemand was overleden na het innemen van Viagra. Op zijn nieuwe opblaaspop. Dan komt het allemaal wel heel dichtbij, laat ik het zo zeggen. En dus probeer ik de moed erin te houden. Ik vier mijn verjaardag. Ik hang slingers op en zorg voor gebak. En iedereen mag komen. Liefst als u net wat ouder bent dan ik. Zodat ik een beetje kan wennen aan hoe het is, om ooit te zijn zoals u. 

dinsdag 26 december 2017

Een Onafgemaakt Verhaal..

Toen ik zojuist langs de begraafplaats hier in de buurt reed, zag ik dat de parkeerplaats goed vol stond. Aangenomen dat er op tweede kerstdag maar weinig teraardebestellingen plaatsvinden leek me de reden duidelijk. Dood maar niet vergeten. Zeker niet op een bijzondere dag, want dat is het, als vandaag. Ik vond het mooi en treurig tegelijk. En ik kon het niet meer loslaten. Zoals wel vaker vraag ik mij dan af of ik zoiets niet in een verhaaltje kan vertalen. Of ik daar niet iets mee kan doen. Nee, sterker nog; ik moet daar dan iets mee. Want anders loop ik daar morgen nog mee rond. Mijn aard en karakter staan het soms niet toe dingen te laten voor wat ze zijn. Het is een vervelend randverschijnsel van Het Grote Denken. En schrijven helpt. Schrijven lucht op.

Hoe vertaal ik het gevoel wat ik heb, bij de wetenschap dat mensen vandaag over een begraafplaats slenteren? Moet ik dan zoeken naar de verhalen daarachter? Maar die weet ik niet. Dus dat zou geen pas maken. Dan neemt de fantasie het over en in dit geval is dat niet juist. Het moet geen jankverhaal worden waarin mensen die aan een graf staan de clou zijn. Ik wil helemaal niet het verdriet uitvergroten. Iedereen snapt dat als je op deze dag bij iemand op bezoek gaat, op een plak als dat, er sprake is van ellende en verdriet. Van leegte. Van terugkijken en even stilstaan. Of dit jaar nou de eerste keer is of dat het al jaren een min of meer vaste gewoonte is geworden. Echt verdriet blijft altijd vers. Ja, het slijt, zegt men dan zo  goed bedoeld. Maar de leegte blijft. Net als het gemis.

Moet ik het meer in de symboliek zoeken dan? Een beschrijving over herfstbladeren, in een oogstrelende kleurenpracht, die opgetild worden door de decemberwind. Dansend stijgen zij op en draaien hun cirkels tegen het decor van een zachtblauwe lucht. Nog één keer kijkt men op en wijst naar het blad wat er voor hen uitspringt. De voorstelling eindigt als de bladeren hun eigen weg zoeken, alsof de wind niet meer van invloed is, en zich uiteindelijk, na een laatste buiging voor een dankbaar publiek, nestelen aan de voet van een oude boom. Wachtend op hun volgende optreden, met nieuwe leden van het collectief, en een wederom in aantal gegroeid publiek. Zoals dat elk jaar het geval is.


Ik heb mijn vraagstuk niet op kunnen lossen. Wel maakte mijn treurige gevoel wat meer ruimte voor mooie gedachten. Want mooi is het, toch? Want hoewel ik hier op deze plek vaak klaag over ons, wie wij zijn en hoe we doen, blijk ik dan niet altijd gelijk te hebben. Mensen geven wel degelijk om elkaar. Doen echt hun moeite. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhaal en moet daar zijn weg mee en in zien te vinden. En één van die verhalen is dit. Dat je op een koude kerstdag op bezoek gaat bij iemand die je lief is geweest. Nee, niet geweest, nog steeds is. En daar doe je moeite voor. Een moeite die niet  als zodanig voelt. Soms zijn mensen het mooiste wat ik mij kan bedenken. Ziet u wel? Schrijven helpt. Schrijven lucht op. 

woensdag 20 december 2017

Koffiepaupers..

Zijn ze u weleens opgevallen; koffiedrinkende randdebielen bij de Jumbo, Albert Heijn of God mag weten waar? Mij wel. Ik vind ze fascinerend. Boodschappen doen is kudt he, hou dat even in uw achterhoofd. Een supermarkt is geen pretpark, Landal of hoerenkast. Naar een supermarkt ga je omdat je niet snapt hoe die zooi online te bestellen is. Een supermarkt is een beetje als niet kunnen stoppen met krabben om zo, voor heel even, de directe gevolgen van je geslachtsziekte weg te nemen. Supermarkten zijn hel en verdoemenis. Waarom in godshemelsnaam ga je daar koffie staan drinken? Dan mankeert je toch wat?

Sowieso man, daar sta je met je gepenkop bij zo’n geïmproviseerde koffiehoek. Lullig afgetimmerd met Praxis-steigerhout. En van die borden erboven met domme kreten als ‘Proef’ en ‘Voel’ of ‘Thuis.’ Bouwers en ontwerpers van gratis-koffiecorners zijn nog te lam om hele volzinnen te bedenken en beperken zich tot dat soort domme kreten. Zij zijn overigens niet de enige he. Ik kom weleens bij mensen thuis en daar staan dan die Action-bordjes met dat soort domme teksten. Maar die zijn dan altijd in het Engels. ‘Love, enjoy’ en ‘Home’ en zo. Over jeuk gesproken. Maar goed, dat is dan nog in huiselijke kring. En thuis doe je maar wat je wil. Maar tjezus zeg, in een supermarkt?

En kijk maar eens goed naar die halfjes he? Vaak zitten ze dan op een lullig bankje aan hun bakkie te nippen of ze lopen quasi-intellectueel rond te kijken. En vaak hebben ze een wat zelfvoldane, bijna arrogante blik op het gelaat . Zo van ‘Kijk eens. Ik drink gratis koffie van de supermarkt, in deze sfeervolle coffee-corner. Want ik ben zo lekker vrij, zo lekker anders. Ik kan zo genieten van de kleine gratis dingen in het leven.’ En ze lijken ook allemaal op elkaar he? Het is gewoon een bepaalde tak van de mensheid, die ergens een afslag te vroeg heeft genomen op de lange weg van de evolutie, die zich hiermee bezighoudt.


Het is sneu. Het is treurig. Als je echt het idee hebt dat je gezellig gratis koffie moet gaan zitten drinken bij de Jumbo, dan zou je in bescherming moeten worden genomen. En als de supermarkt-maffia dat niet doet ligt daar voor ons een taak. Wij moeten ze laten zien dat er meer is in het leven. Daarom bij deze de oproep met deze mensen in gesprek te gaan. Sla ze die kartonnen bekertjes uit hun klauwen. Of pak ze af en ledig ze in hun gezicht. Het liefst enkele seconden na het inschenken. Schop ze de winkels uit. Doe iets. ‘Wijs, beschimp’ en ‘Verneder.’ Maar sta dit niet toe.